Deze module geldt als niet verplicht in het Landelijk Opleidingsplan en betreft een keuzemodule. Deze keuzemodule duurt 6 maanden gedurende 50% en wordt aangeboden in het verdiepingsjaar in combinatie met beeldvorming / elektrofysiologie en devices.
Stage LUMC
Duur: 6 maanden, gedurende 50%
1 AIOS tegelijk
Stagehouder: Dr. P.J. (Philippe) van Rosendael, Dr. M. (Marianne) Bootsma
Supervisoren: Dr. M. Bootsma, cardioloog. P.J. van Rosendael, cardioloog. D.Q.C.M. Barge-Schaapveld, klinisch geneticus. K. Spaendonck-Schaapveld, geneticus. E. Aten, geneticus.
Kwaliteit opleidingsonderdelen
Op basis van de aantallen van patiënten met een (zeldzame) cardiaal genetische aandoening, en de kwaliteit van diagnostiek, behandeling en is het LUMC de status van ECZA (expertise centrum voor zeldzame aandoeningen) voor cardiaal genetische aandoeningen toegekend.
Het aandachtsgebied cardiogenetica omvat het erfelijkheidsonderzoek en –advies bij adviesvragers en patiënten met een (verdenking op een) erfelijke hartziekte bij henzelf of in hun familie. De stage cardiogenetica in het LUMC biedt mogelijkheden om binnen diverse terreinen van de cardiogenetica kennis en vaardigheden op te doen. De AIOS gaat leren wat de indicaties zijn voor het verrichten van genetisch onderzoek bij cardiale patiënten, wanneer familiaire cascadescreening geïndiceerd is en wat dit precies inhoudt, wanneer de familieleden niet voor DNA onderzoek maar alleen voor fenotype screening in aanmerking komen, en wat de verschillende klassen van mutaties zijn en hun verschillende diagnostische en therapeutische implicaties. Ook leert de AIOS wat de mogelijk ethische en juridische aspecten van genetische screening kunnen zijn.
Hiernaast gaat de AIOS zich bekwamen in het diagnostisch proces, in de behandeling en in de risicostratificatie (inclusief sport- en zwangerschapsadviezen) van genetische hartziekten. Bij de evaluatie van patiënten met een cardiaal genetische afwijking zijn er specifieke diagnostische onderzoeken die voor deze patiënten een belangrijke rol hebben, denk aan 12-kanaals holter, liggend en staand ECG bij lang QT syndroom, single-averaged ECG bij de beoordeling voor aritmogene rechterventrikel cardiomyopathie, Ajmaline testen bij Brugada. Hiernaast zal de AIOS specifieke MRI kennis en inzichten in genotype-specifieke risicoscores worden bijgebracht. Als expertise centrum voor zeldzame cardiaal genetische aandoeningen biedt het LUMC een unieke patiëntenpopulatie met cardiomyopathieën, primaire elektrische hartziekten en patiënten met plotse dood (en hun familieleden). Patiënten met aortapathologie (al dan niet met een verdenking op het Marfansyndroom) worden gezien op de multidisciplinaire polikliniek.
Verwacht bekwaamheidsniveau
– KPB's start stage: niveau 3
EPA 'Polikliniek'
– Start stage: niveau 3-4
– Einde stage: niveau 5
Woensdagochtend
Woensdagmiddag (even weken)
Donderdagochtend
Donderdagmiddag
Donderdagmiddag (oneven weken)
Vrijdagochtend
De AIOS dient zich minimaal de volgende competenties
eigen te maken:
1. Ten aanzien van medisch handelen
a. de AIOS kent de cardiale indicaties voor genetische onderzoek.
b. de AIOS kent de indicaties voor familiaire cascade screening en wanneer voor alleen fenotypescreening van de familieleden wordt gekozen.
c. de AIOS kent de verschillende klassen van mutaties en de verschillende implicaties hiervan.
d. de AIOS kent bij de cardiogenetische aandoeningen het diagnostisch proces, behandeling (incl sport- en zwangerschapsadviezen) en risicostratificatie.
e. de AIOS kent de verschillende fibrosepatronen op de MRI voor de specifieke genetische afwijkingen.
f. de AIOS is op de hoogte voor welke cardiaal genetische aandoeningen er genotype specifieke risicomodellen beschikbaar zijn.
g. de AIOS kan een adequate anamnese afnemen specifieke gericht op cardiaal genetische afwijkingen.
h. de AIOS kan op een gestructureerde wijze een complexe cardiaal genetische patiënt in kaart brengen en een diagnostisch en therapeutisch plan starten.
2. Ten aanzien van communicatie
a. de AIOS toont respect voor en een adequate betrokkenheid bij de patiënt.
b. de AIOS kan ten aanzien van de medische gegevens adequaat zowel schriftelijk als mondeling rapporteren aan (para-)medici, met inbegrip van een gedegen verslaglegging in de medische status.
c. de AIOS realiseert zich wat voor impact (de verdenking op) cardiaal genetische aandoeningen kunnen hebben en past hier zijn communicatie adequaat op aan.
3. Ten aanzien van samenwerking
a. de AIOS is in staat een goede relatie te onderhouden met het gehele cardiogenetica team, andere personen die bij de patiënt betrokken zijn, de diverse taken onderling goed te communiceren en adequate instructies te verschaffen aan ondersteunend personeel.
b. de AIOS is op de hoogte van op de afdeling voor (para)medisch personeel bestaande protocollen en voorschriften.
4. Ten aanzien van kennis en wetenschap
a. de AIOS kan efficiënt informatie opzoeken over specifieke ziektebeelden en state-of-art behandeling.
5. Ten aanzien van maatschappelijk handelen
a. de AIOS is zich bewust van de te verwachten groei van de rol van cardiogenetica binnen de cardiologie met oog op diagnostiek en risicostratificatie, en behandeling.
b. de AIOS toont aan op de hoogte te zijn van - en nagedacht te hebben over - ethische kwesties welke cardiogenetische zorg aangaat.
6. Ten aanzien van organisatie
a. de AIOS geeft blijk van het kritisch beschouwen van de medische informatie rondom een casus.
b. de AIOS kan aangeven welke discussiepunten er momenteel in de literatuur spelen rondom de diagnostiek en behandeling van cardiogenetische aandoeningen.
c. de AIOS kan een multidisciplinair overleg cardiogenetica leiden.
7. Ten aanzien van professionaliteit
a. de AIOS toont adequaat professioneel gedrag.
b. de AIOS kent de grenzen van de eigen competentie en handelt daarbinnen.
– Directe beoordeling voordracht patiënten
tijdens MDO door de superviserende cardioloog m.b.v. KPB’s.
– Beoordeling verdiepingsonderwerp m.b.v. KPB’s.
– Beoordeling communicatie met verpleegkundig specialisten m.b.v. KPB.
Portfolio
– Minimaal 3 KPB’s
– Verslagen stagebesprekingen: aanvang stage, halverwege en einde stage
Introductiegesprek en eindgesprek en beoordeling
Aan het begin van de stage is er een introductiegesprekmet de stagebegeleider. De stagebegeleider en AIOS zorgen ervoor dat dit gesprek tijdig wordt ingepland. Bij dit gesprek worden de algemene leerdoelen voor de stage en de meer specifieke leerdoelen op basis van het persoonlijk opleidingsplan besproken en vastgelegd in het Formulier Introductiegesprek (in Reconcept). Halverwege de stage is er een tussentijds gesprek (in Reconcept) met een van de supervisoren om te bespreken hoe het de AIOS in zijn algemeenheid en met de voortgang in de leerdoelen in het bijzonder gaat. In het eindgesprek met de stagebegeleider wordt teruggekeken in hoeverre de leerdoelen zijn behaald - dit wordt vastgelegd in het Formulier Eindgesprek (in Reconcept). Beide formulieren zijn een verplicht onderdeel van het portfolio. Het is verstandig om in het startgesprek af te stemmen wanneer en metwie het tussentijdse en het eindgesprek plaatsvindt.
Omdat het een beschouwend onderdeel van de opleiding betreft, wordt er feedback gegeven aan de hand van directe observatie, patiëntbesprekingen en met name van KPB’s. Wat dit laatste betreft is het streven een minimum van 3. De AIOS zorgt ervoor dat de KPB’s de verschillende kennisgebieden en competenties bevatten, door gericht aan de supervisoren het thema per keer voor te stellen. De AIOS houdt een CAT op het MDO genetica.