Opleiding Cardiologie Regio West

De cardioloog

De primaire taak van een cardioloog is de behandeling van patiënten met hartaandoeningen en de behandeling van risicofactoren die kunnen leiden tot hartaandoeningen of gerelateerde vasculaire aandoeningen.

Hiervoor is goede medische kennis vereist, die gedurende het werkzame leven dient te worden bijgehouden. Naast medische kennis zijn de relationele vaardigheden minstens zo belangrijk voor het optimaal uitoefenen van het vak. Het contact met patiënten en hun naasten is een essentieel onderdeel van de dagelijkse werkzaamheden van een cardioloog.

Samenwerking

Ook werkt de cardioloog nauw samen met andere zorgprofessionals waarmee in meer of mindere mate samenwerkingsverbanden moeten worden aangegaan. Een voorbeeld hiervan is het opzetten van zorgtrajecten in samenwerking met de huisartsen om de chronische zorg voor bij voorbeeld hartfalen of post-infarctpatiënten te optimaliseren en te waarborgen; of het opzetten van programma’s gericht op primaire preventie van cardiovasculair lijden.

Naast deze zeer duidelijk zorg-gerelateerde taken is de cardioloog ook een onderdeel van een vakgroep, meestal ook een medisch specialistisch bedrijf en het ziekenhuis als geheel. Managementtaken, conflictmanagement door tegenstrijdige belangen, reorganisaties, administratie van zorgtaken, onderwijs, onderhandelingen met verzekeraars en collega’s van andere vakgroepen zijn aan de orde van de dag en afhankelijk van de ambities van een cardioloog in meer of mindere mate onderdeel van het takenpakket.

Opleidingsvisie

De opleiding tot cardioloog is gericht op het aanleren van de benodigde vaardigheden om het vak cardiologie uit te kunnen oefenen. Samenvattend functioneert de cardioloog als medische deskundige, communicator, wetenschapper, organisator, netwerker, manager.

Het is een professional die effectief kan samenwerken met collega’s en handelt op een maatschappelijke verantwoorde wijze. De gemoderniseerde opleiding is erop gericht om deze competenties te verwerven en zodoende de AIOS beter in staat te stellen om te voldoen aan de verwachtingen van patiënt, collega’s en maatschappij. Hierbij wordt er specifiek aandacht besteed aan het individuele leer- en opleidingsplan van de AIOS.

Tijdens de opleiding wordt een actieve houding van de AIOS en opleidingsgroep verwacht om kwalitatief de best mogelijke opleiding samen tot stand te brengen. Hierbij wordt uitgegaan van een competentiegericht leermodel waarbij de klinische praktijk de primaire leeromgeving is.

Om de leerdoelen te behalen zijn de AIOS en de opleiders bekend met de einddoelen. De AIOS vraagt actief om feedback en de opleidingsgroep biedt deze actief aan. De vooruitgang (en eventuele aspecten die extra aandacht vereisen) van de AIOS wordt bijgehouden in een individueel portfolio. Hiermee wordt voor zowel de AIOS als de opleidingsgroep een overzicht van het niveau van de benodigde competenties bijgehouden. Door dit inzicht kan de opleiding worden geïndividualiseerd en kunnen individuele leertrajecten worden opgesteld, uiteraard met als uitgangspunt de eindtermen zoals beschreven in het landelijk opleidingsplan.

Het is belangrijk om vast te stellen dat de AIOS en de opleidingsgroep gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de opleiding en de continue modernisatie
en optimalisatie ervan.